Er was eens

Sneeuwwitje

E

nige tijd later kreeg de koningin een kindje, een meisje, en haar velletje was zo blank als sneeuw, haar lipjes waren rood als bloed en haar lokjes waren zwart als ebbenhout. De koningin noemde haar dochtertje Sneeuwwitje, maar lang voordat Sneeuwwitje volwassen was stierf de koningin en de koning hertrouwde. Deze keer koos hij een vrouw die wel heel mooi was, maar ook trots en jaloers. Bovendien was de nieuwe koningin een halve heks: ze bezat een toverspiegel waarin ze elke dag keek. “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land?” vroeg ze dan. En dan antwoordde de spiegel: “Gij zijt de schoonste van alle vrouwen.” Maar Sneeuwwitje groeide op en werd met het jaar mooier en mooier. Op een morgen vroeg de koningin weer aan haar spiegel wie het mooiste was en daarop antwoordde de spiegel: “Nog zijt gij, koningin, heel schoon, maar Sneeuwwitje steekt u naar de kroon!”