Er was eens
Repelsteeltje
T
oen het mannetje de volgende morgen weer bij haar kwam, begon zij dadelijk met de namen Kasper, Melchior en Balthazar en noemde hierna alle namen die zij wist. Maar bij elke naam die zij noemde zei het mannetje: “Nee zo heet ik niet.”
De tweede dag liet de koningin in de omtrek naar ieders naam vragen en noemde het mannetje de meest onmogelijke en wonderbaarlijke namen op: “Heet je misschien Ribbebiest of Schapekuit of Rijgschoen?” Maar hij antwoordde steeds: “Nee zo heet ik niet.”
De derde dag kwam de bode terug en zei: “Nieuwe namen heb ik helemaal niet gevonden, maar op een hoge berg in het bos zag ik een klein huisje. Vóór het huisje brandde een vuur, waar omheen een klein mannetje met potsierlijke passen danste. Terwijl hij op één been hinkte, riep hij uit:
“Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet!”
