Er was eens
Rapunsel
H
aar man hoopte maar dat ook zijn tweede sluiptocht onopgemerkt zou blijven. Helaas, ditmaal had hij minder geluk. De oude heks wachtte hem op. “Hoe durf jij mijn kostbare planten te stelen!”, gilde ze. “Daar zullen jullie allebei voor boeten!”
“Mijn vrouw is heel ziek.” antwoordde de arme man, bevend van angst. “Ze zal sterven als ze niet nog wat van dat donkerrode kruid krijgt dat alleen in uw tuin groeit. Vergeeft u mij en laat me in vrede weer gaan.” Maar de heks hield hem met haar ogen vast en hij kon geen voet verzetten. “Op één voorwaarde.” zei ze tenslotte. “Als je vrouw haar eerste kind krijgt, moet ze het mij geven. Ik zal ervoor zorgen alsof het mijn eigen kind is.”
