Er was eens

De nieuwe kleren van de keizer

“I

k ben er klaar voor!” zei de keizer. Toen draaide hij nog een laatste keer voor de spiegel alsof hij zijn pracht nog eens goed bekeek. De kamerheren tastten naar de sleep van het kostuum en deden of ze de sleep optilden. Ook zij durfden niet te laten merken dat ze niks zagen. Zo liep de keizer in de optocht en alle mensen op straat en voor de ramen zeiden: “Ach wat zijn de nieuwe kleren van de keizer prachtig, wat een schitterende sleep heeft hij aan zijn mantel! Het zit als gegoten!” Niemand wilde laten merken dat hij niets zag, want dan werd hij immers heel dom gevonden of zou blijken dat hij zijn werk niet deed. Nog nooit hadden de kleren van de keizer zo’n succes gehad.