Er was eens

De drie kleine biggetjes

V

oor het derde varkentje was het ook tijd om het huis van zijn moeder te verlaten. Hij vertrok in dezelfde richting als de andere twee biggetjes. Ook deze big kwam een man tegen. De man had een vracht stenen bij zich. Het varkentje aarzelde geen moment en vroeg: “Kunt u uw stenen missen zodat ik mijn huisje kan bouwen?” De man gaf hem de stenen en het varkentje bouwde er zijn huisje mee. De wolf wachtte zijn kans af en toen het huisje klaar was, klopte hij aan de deur. De wolf riep: “Varkentje, varkentje, laat mij binnen!” Ook dit varkentje was niet gek en antwoordde: “Daar heb ik geen zin in, je komt er mooi niet in!” De wolf had al twee huisjes omver geblazen en riep vol vertrouwen: “Dan blaas ik maar en dan proest ik maar, zo blaas ik je huisje uit elkaar!”