Er was eens

Blauwbaard

Z

ijn vrouw beloofde dat zij niet ongehoorzaam zou zijn en nadat Blauwbaard zijn vrouw nog een keer had omhelsd, stapte hij in zijn koets en ging op reis. De jonge vrouw hoefde haar buren en vriendinnen helemaal niet uit te nodigen haar te komen bezoeken. Zij kwamen uit zichzelf, omdat zij dolgraag alle mooie dingen in dat grote huis wilden zien. Als Blauwbaard thuis was, zouden zij dat nooit durven, maar nu liepen zij alle kamers in en keken in alle kasten. Hoewel alle vrouwen jaloers op haar waren, kon de jonge vrouw alleen maar aan het kleine kamertje denken waar zij niet mocht komen. Ze kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en rende de trappen af naar het kamertje.